SOCIAAL-CULTURELE RAAD

Adviesorgaan van het Brugs Stadsbestuur

Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Jaarverslag 2015/2016

JAARVERSLAG BUREAU S.C.R. periode april 2015 / februari 2016

1. ERKENNING en SUBSIDIËRING van een vereniging
Om erkend te kunnen worden als culturele vereniging dient te worden voldaan aan de volgende welbepaalde voorwaarden:
-    minstens één jaar actief zijn;
-    een cultureel doel nastreven buiten schoolverband;
-    opgericht zijn door een privé-initiatief en geen commercieel doel hebben;
-    uit minstens drie leden bestaan met een democratisch verkozen bestuur;
-    met zetel te Brugge;
-    het Nederlands als eerste en belangrijkste taal hanteren;
-    voldoende culturele output hebben in Brugge.

De Gemeenteraad van 23 november 2015 gaf goedkeuring aan het door het College van Burgemeester & Schepenen voorgelegd voorstel van nieuw reglement voor erkenning en subsidiëring van Brugse culturele verengingen. De voorwaarden om erkend te worden als culturele verenigingen zijn nu als volgt:
- minstens één jaar actief zijn op het ogenblik van de aanvraag;
- op een consequente en niet-commerciële wijze een cultureel doel nastreven;
- beschikken over een verkozen bestuur, bestaand uit minstens drie meerderjarige leden
(voorzitter, secretaris en penningmeester) waarvan minstens twee in Brugge wonen. Indien het gaat om een feitelijke vereniging of een zelfstandige afdeling van een koepelvereniging moet de voorzitter of secretaris in Brugge wonen, indien om een vzw moet de maatschappelijke zetel van de vereniging in Brugge gevestigd zijn.
Een afdeling van een koepelvereniging moet aantonen zelfstandig te zijn met een eigen bestuur, een autonome werking en een ledenbestand);
- het Nederlands als eerste taal hanteren bij publieke manifestaties.

De aanvragen voor erkenning en subsidiëring die sindsdien ingediend werden, werden behandeld volgens de voorwaarden van het nieuw reglement. De eerdere aanvragen werden behandeld volgens het oud reglement.

In tegenstelling tot eerdere jaren waren er maar een beperkt aantal aanvragen: 5

CULTUURPLATFORM SPELING (uitbouwen & uitdragen van kunstzinnig platform)
Gunstig advies met voorstel te subsidiëren volgens het puntensysteem.
Het College erkende de vereniging en besliste deze contractueel te subsidiëren  met als opdracht “het organiseren van een creatief en cultureel traject met personen uit de kansgroepen, dat jaarlijks resulteert in één toonmoment”.

De BENDE van SUMMER TASTE (stimuleren van het dorpsleven in Dudzele)
Gunstig advies met voorstel te subsidiiëren volgens puntensysteem.
Het College volgde het advies.

vzw HEY CENTER VRIENDEN (organiseren van educatieve voordrachten en lezingen)
Ongunstig advies omdat de vereniging nog geen jaar werking kan aantonen.
Het College volgde het advies.

vzw BRUGGE-MARIASTAD (waken over het erfgoed van Mariabeelden, andere heiligenbeelden en kapelletjes in Brugge)
G
unstig advies met voorstel te subsidiëren volgens puntensysteem.
Het College volgde het advies.

THEATER XV (opzetten en brengen van toneel)
Gunstig advies met voorstel 
contractueel te subsidiëren als toneelvereniging.
Het College volgde het advies.

2. PROJECTSUBSIDIES
Tijdens het voorbije werkingsjaar 2014/2015 behandelde het Bureau acht aanvragen: zes ingediend door een vereniging, twee door een privé persoon. Slechts één aanvraag werd ongunstig beoordeeld.

SCOUTSHARMONIE ST-LEO: organiseren van het evenement “Ode aan de Last Post” aan de vooravond van de 30.000ste Last Post
Gunstig advies met voorstel € 1.250 toe te kennen.
Het College volgde het advies.

SUZY DEBUCKorganisatie van een kunstenmarkt
Gunstig advies met voorstel 
€ 250 toe te kennen.
Het College volgde het advies.

MARIEKE DERMUL: theatervoorstelling “Leeuw” en workshop “Fysiek Theater”
Gunstig advies met voorstel € 750 toe te kennen.
Het College volgde het advies

vzw BESCHUY WONEN: organiseren van “Mis-verstand”, een bundeling van poëzie, tentoonstelling van foto’s en kunstwerken, themawandeling
Gunstig advies met voorstel 
€ 750 toe te kennen.
Het College volgde het advies.

L’INCONTRO: organiseren van de toneelvoorstelling “Robin Hood”
Gunstig advies met voorstel de subsidie te beperken tot 
€ 125, zijnde 25% van de oorspronkelijke subsidie als 3de en laatste editie van een gelijkaardig project.
Het College heeft het advies gevolgd.

BRUGS SYMFONISVH ORKEST ARTIS DULCEDO: brengen van het drieledig muzikaal project “Triple Fall Concerto”
Ongunstig advies omdat de eigenlijke organisator “Pulsar Gent centrum voor nieuwe orkestrale muziek” is en omdat de uitvoering behoort tot de reguliere werking.
Het College heeft het advies gevolgd.

CURIEUS BRUGGE NOORD: organisatie van "Waar is de Tijd", een nostalgisch rondreizende fototentoonstelling
Gunstig advies met voorstel € 750 toe te kennen.
Het College heeft het advies gevolgd.

FEDEKAM vzw: organisatie van een huldeconcert
Gunstig advies met voorstel € 1.750 toe te kennen.
Het College heeft het advies gevolgd.

3. UITBETALING van SUBSIDIES
Tijdens het voorbije werkingsjaar vroeg het Stadsbestuur advies te geven over het al of niet uitbetalen van een contractuele subsidie aan de vzw Zeehaven Brugge.
Het Stadsbestuur heeft vastgesteld dat de maatschappelijke zetel van de vereniging vzw Zeehaven Brugge gevestigd is bij de secretaris die woonachtig is te Wenduine. Het College heeft gevraagd of de werkingssubsidie mocht uitbetaald worden aan die vereniging die niet voldoet aan alle voorwaarden van het subsidiereglement.
Het Bureau heeft, op voorstel van het Dagelijks Bestuur, het College voorgesteld om de werkingssubsidie uit te betalen op voorwaarde dat de vereniging zich binnen de twee maanden in regel stelt met alle voorwaarden en de zetel van de vereniging overbrengt naar Brugge.
Het College heeft het advies gevolgd en heeft, rekening houdend met de nodige termijn voor publicatie in het Belgisch Staatsblad, de vereniging op straffe van intrekking van de erkenning, hiervoor een termijn van drie maanden gegund.

4. STRAATNAAMGEVING
Tijdens het voorbije werkjaar werd gunstig advies gegeven aan de volgende voorgestelde nieuwe straatnamen:

1°    Joseph Bogaertstraat, een zijstraat van de Gentpoortvest (verwijzend naar de drukker Joseph Bogaert);
2°    Andreas Wydtstraat, een zijstraat van de Oude Gentweg (verwijzend naar de gezworen stadsdrukker Andreas Wydts);
3°    Cornelis de Moorstraat, een zijstraat van de Oude Gentweg (verwijzend naar de drukker Cornelis de Moor);
4°    Rodenonnenpark, openbaar geworden tuingedeelte van de site Rodenonnen;
5°    Pannenhof, doodlopende straat met woonerf aan de Dreef ter Panne (verwijzend naar de voormalige hoeve aan de dreef);
6°    Petronilla van Outryvestraat, doodlopende zijstraat van de Oude Hoogweg (verwijzend naar de geëmancipeerde en vrijgevochten vrouw die in het nabijgelegen kasteel Rooigem woonde);
7°    Morgendreef, de korte dreef tussen de Mariënhovedreef en de Torhoutse Steenweg (verwijzend naar het Morgensterklooster).

Gebruikmakend van zijn initiatiefrecht heeft het Bureau zelf de naam Arthur Vierendeel voorgesteld voor een nieuwe straat of plein bij voorkeur in de omgeving van de Scheepsdalebrug.
Ir Arthur Vierendeel, hoogleraar aan de KU Leuven en hoofdingenieur-directeur van de Technische Dienst van de provincie West-Vlaanderen, was wereldwijd geroemd voor het gebruik van het vierendeelprincipe, een vakwerk van stijve driehoeken, bij de constructie van ijzeren bruggen zoals de voormalige Scheepsdalebrug.

5. VRAGEN, OPMERKINGEN en SUGGESTIES aan de SCHEPEN
In principe zijn de Schepen voor sociaal-culturele verenigingen en de Cultuurbeleidscoördinator aanwezig op de maandelijkse bijeenkomst van het Bureau voor het aanhoren van vragen, opmerkingen of suggesties in verband met het culturele leven te Brugge. Hierna een overzicht van de vragen en suggesties.

De S.C.R. en Cultuurmarkt
Het Bureau heeft na afloop van Cultuurmarkt 2014 de bemerking gemaakt dat naast de vele professionele culturele actoren geen plaats was voorbehouden voor de “gewone” Brugse actoren. Het Bureau had er toen voor gepleit om op zijn minst de S.C.R. een stand te geven als vertegenwoordiger van de vele culturele verenigingen.
De S.C.R. heeft in het voorjaar een gunstige respons hierop gekregen en was dan ook op Autoloze Zondag op 20 september de ganse dag aanwezig met een stand.

Internetverbinding - Wifi
Het Bureau heeft de bemerking gemaakt dat het vrij gebruik van Wifi sinds lange tijd niet meer functioneert en vroeg om de nodige toelichtingen.
De Schepen antwoordde dat er problemen waren met de betrokken firma. Dit bleek later op het jaar ook duidelijk met de faling van het bedrijf.

NENO en de situatie van de Dienst Cultuur
Het Bureau heeft de Schepen gevraagd naar de precieze gevolgen voor de Dienst Cultuur door de invoering van een nieuwe structuur met het project “Neno” (naar een nieuwe organisatie).
Uit het antwoord blijkt dat de Dienst Cultuur begin 2016 weliswaar “ontmanteld” wordt maar dat de verschillende activiteiten deels “verkassen” naar de nieuw opgerichte clusters “Cultuur” en “Vrije Tijd”. Het personeel dat instaat voor de culturele verenigingen (erkenning en subsidiëring van verenigingen, alsook de projectsubsidies) valt onder de cluster “Cultuur”, waartoe ook de diensten voor archief en bibliotheek zullen behoren, verhuist naar het Cultuurcentrum (St-Jakobstraat) en komt onder de bevoegdheid van de Cultuurbeleidscoördinator. Ook de evenementen die op vandaag door de Dienst Cultuur georganiseerd worden (bv “Week van de Amateurkunsten”) worden vanuit deze locatie gedirigeerd. Het personeel dat instaat voor de fysieke ondersteuning (verhuring materieel) en de vergunningen komt terecht in de cluster “Vrije Tijd”.
Het Bureau heeft gevraagd dat deze ingrijpende hervormingen snel en op een duidelijke wijze meegedeeld worden naar de buitenwereld, niet in het minst de culturele verenigingen.

Passerelle over Zonnekemeers
Ten einde de verloedering van de passerelle van de site Oud Sint-Jan over het Zonnekemeers naar de site Minnewater niet verder te laten verloederen, heeft het Bureau de Schepen voorgesteld deze op te knappen, een stenen toegangstrap aan te brengen en de ruimte gratis ter beschikking te stellen van kunstenaars voor periodieke tentoonstellingen.

Triënnale - toegangsuren
Omdat werd vastgesteld dat sommige binnenactiviteiten in het kader van de Triënnale enkel tijden de namiddag open zijn, waardoor verenigingen in de problemen komen voor het afwerken van een gericht programma, heeft het Bureau gevraagd om de toegankelijkheid te verruimen met de voormiddag.

Triënnale - infozuilen
Omdat werd vastgesteld dat sommige infozuilen over de Triënnale storend opgesteld stonden voor een mooi zicht op historische gebouwen (Stadhuis) of door wegenwerken niet raadpleegbaar waren (Arentshuis) werd gevraagd naar een meer gepaste opstelling.

Triënnale - audiogids
Er werd voorgesteld om een MP3 te ontwerpen als audiogids ter begeleiding bij de verschillende delen van de Triënnale.

Triënnale - gebruik van het Nederlands
Er werd voorgesteld om bij filmprojecties van de Triënnale niet uitsluitend het Engels te gebruiken, maar ook respect te hebben voor de Nederlandse taal.

Triënnale - wandelparcours
Ten einde de bezoekers een maximaal aanbod te geven van de verschillende onderdelen van de Triënnale werd toekomstgericht voorgesteld om bij het uittekenen van een wandeling een parcours op te maken in een lusvorm.

Investeringsprojecten
Bij aanvang van het zomerreces heeft het Stadsbestuur negen investeringsprojecten kenbaar gemaakt. Het Bureau heeft vastgesteld dat hierin nog geen concrete plannen voorkomen voor een zaal waar grootse tentoonstellingen kunnen gebracht worden ter ontlasting van het Groeningemuseum.

Kon. Boudewijnstichting
Het aantal bezoekers aan het Memling- en Groeningemuseum stijgt jaarlijks. Ten einde de noodzakelijke bouwkundige aanpassingen te kunnen realiseren heeft het Bureau het Stadsbestuur voorgesteld een beroep te doen op de Koning Boudewijnstichting voor het verkrijgen van financiële steun.

Thematentoonstellingen
Het Bureau heeft bij de Schepen aangedrongen om de nodige publiciteit en doelgerichte communicatie te geven aan de kleinere thematentoonstellingen zoals “InDRUKwekkend” in het Arenthuis, collectie Georges Vantongerloo, collectie Amedée Cortier, Mythische primitieven, ….

Info over begraafplaatsen
In vergelijking met verschillende andere steden en gemeenten is er momenteel weinig informatie te verkrijgen via de website over de personen die begraven liggen op de Brugse begraafplaatsen, met uitzondering van de gesneuvelden van WO I. Het Bureau heeft aangedrongen aan om hiervoor gebruik te maken van de gegevens die geïnventariseerd werden door de “Werkgroep Begraafplaatsen”.

Info op de website
Het Bureau heeft er de Schepen attent op gemaakt dat het niet eenvoudig is om via de website gerichte informatie te vinden over reglementen die de culturele verenigingen aanbelangen.

Stadsdichter
Naar aanleiding van de aanstelling van een vijfde “vrije dichter” door het Poëziebos, hierin gesteund door twee Brugse boekhandels, heeft het Bureau andermaal gepleit voor het aanstellen van een officiële Brugse stadsdichter.

6. NIEUW REGLEMENT “Erkenning & Subsidiëring van verenigingen”

Terugblik
Tijdens zijn bijeenkomst van 14 februari 2011 nam het Bureau het initiatief om het reglement voor de erkenning, en meteen de daaruit voortvloeiende subsidiëring van Brugse sociaal-culturele verenigingen te verfijnen. In het vooruitzicht van de gemeenteraadsverkiezing van oktober 2012 nam het uittredend Bureau de wens op een aanpassing van het reglement mee ten behoeve van de nieuw verkozen gemeenteraadsleden en het nieuw Stadsbestuur.

Het nieuwe verkozen Bureau besliste in 2013 om deze wens verder uit te werken.

Tijdens de jaren 2013 en 2014 besteedde een Werkgroep in de schoot van de S.C.R. aandacht aan het opstellen van een nieuw reglement dat enerzijds de erkenning van culturele verenigingen en anderzijds de subsidiëring van de erkende verenigingen regelde. Het College van Burgemeester & Schepen ging mee in het verhaal en verwachtte dat tegen uiterlijk 15 juli 2013 een nieuw reglement zou zijn uitgewerkt.

Tijdens het najaar van 2013 werden de principiële punten van het ontwerp van nieuw reglement besproken. Zo werd na analyse de idee van de Dienst Cultuur om de basissubsidie te schrappen en enkel te subsidiëren op basis van de opgegeven activiteiten, weerlegd. Er werd ook een overeenkomst gevonden om de meeste contractueel gesubsidieerde verenigingen (zoals dans-, film- en fotoverenigingen, koren, muziekgezelschappen, toneelverenigingen, …) over te hevelen naar het puntensysteem en te subsidiëren op basis van al hun activiteiten.

De Dienst Cultuur had in het aan het College voorgelegde ontwerp van reglement voorzien dat, naast de culturele verenigingen ook individuele kunstenaars erkend en gesubsidieerd konden worden met een toelage van € 150 mits het houden van één publieke tentoonstelling. Het Bureau heeft dit idee na grondige analyse en vaststelling van de verschillende problemen hieromtrent verwerkt in een negatief advies.

Tijdens zijn bijeenkomst van 2 december 2013 heeft het College de visie van het Bureau gevolgd en beslist geen vaste subsidie toe te kennen aan individuele amateurkunstenaars maar hun initiatieven via andere ondersteuning aan te moedigen.

Waarderingssimulatie
Ten einde een zo klaar mogelijk zicht te krijgen op de impact van een ontwerp van nieuw reglement werden de verenigingen die op vandaag contractueel gesubsidieerd worden en die in de toekomst volgens het puntensysteem gesubsidieerd zouden worden, aangeschreven met de vraag een overzicht te geven van hun activiteiten. Op basis van de reacties werd een simulatie opgemaakt waarin alle activiteiten vertaald werden in punten.

Met de verkregen informatie werd een eerste simulatie opgesteld. De Werkgroep besloot begin 2014 dat deze simulatie niet accuraat genoeg was omdat in het ontwerp van nieuw reglement activiteiten waren opgenomen die er voordien niet in stonden. Om voldoende waardevol te zijn, moest de simulatie immers opgemaakt zijn op basis van alle activiteiten die in het nieuwe reglement opgenomen zouden worden. Daarom werd een tweede rondvraag rondgestuurd naar alle erkende verenigingen met als basis de lijst van activiteiten die in het nieuwe reglement zouden gesubsidieerd worden.

De ontvangen informatie werd in het najaar van 2014 verwerkt in een nieuwe simulatie. Op basis van het verkregen resultaat werden nadien meerdere aanpassingen aangebracht aan de waardering van verschillende activiteiten ten einde tot een dusdanige nivellering van de subsidies voor de verschillende verenigingen te komen die voor elkeen aanvaardbaar zou zijn en enkel de extreme subsidiëringen zou wegsnijden.

Tijdens zijn bijeenkomst van 8 december 2014 gaf het Bureau goedkeuring aan het ontwerp van reglement dat de Werkgroep in samenspraak met de Dienst Cultuur had uitgewerkt. Toen restte enkel nog het toekennen van een waardering aan de activiteiten.

Leidmotief van de hervorming was het uitdokteren van een subsidiëring op basis van het principe “loon naar werken”. Hierdoor zouden de verenigingen gesubsidieerd worden op basis van hun prestaties die gequoteerd worden met een welbepaald aantal punten, afhankelijk van de aard van de activiteiten. Met dat systeem zouden verenigingen die veel activiteiten ontplooien meer punten bijeensprokkelen dan verenigingen die minder actief zijn. Aan de hand van het totaal aantal behaalde punten zou de “financiële waarde” van een punt bepaald worden en elke vereniging uiteindelijk gewaardeerd worden op basis van zijn inzet gedurende het voorbije jaar. 

In eerste instantie werd een nieuwe waarderingstabel opgemaakt waarbij een maximaal aantal soorten van activiteiten, meer dan in het bestaande reglement, met een bepaalde waardering was opgesteld. Aan de hand van meerdere simulaties, op basis van door de verenigingen opgegeven activiteiten, werd een uiteindelijke waarderingstabel opgemaakt. Tijdens de opeenvolgende simulaties werd rigoureus uitgekeken dat het merendeel van de verenigingen geen financiële terugval zou ondervinden. Om verenigingen met een gering aantal activiteiten positief te stimuleren, werd voorzien om de basissubsidie van € 60 op te trekken naar € 75. 

Het Bureau drukte tevens de wens uit zo veel mogelijk verenigingen te subsidiëren volgens het nieuw waarderingssysteem. Het Bureau is er immers van overtuigd dat het niet rechtvaardig is dat meerdere categorieën van verenigingen (dans, foto en film, koren, muziekgezelschappen, toneel), ongeacht hun werking, gesubsidieerd worden met een vast (contractueel) bedrag, zolang ze maar een contractueel voorzien minimaal aantal prestaties leveren. Zij verdienen het volgens het Bureau eveneens gesubsidieerd te worden op basis van hun totale reële werking.

Eindresultaat
Na de vele gespreksronden van de Werkgroep “Erkenning en Subsidiëring” en het Bureau met de Dienst Cultuur heeft het College van Burgemeester en Schepenen op voorstel van de Schepen van sociaal-culturele verenigingen, beslist het voorstel van het Bureau slechts gedeeltelijk te volgen. Het voorstel om de basissubsidie van € 60 op te trekken naar € 75 werd wel aanvaard Maar er werd geen gehoor gegeven aan de vraag naar meer diversiteit in de te quoteren activiteiten, evenmin als het in de ogen van het Bureau gerechtvaardigd overbrengen van de vele contractueel gesubsidieerde verenigingen naar een subsidiëring op basis van punten. Het College heeft eveneens beslist niet in te gaan op het voorstel van het Bureau om het globaal beschikbare subsidiebedrag voor de culturele verenigingen tijdens de resterende legislatuurtijd te indexeren. Strikt genomen betekent dit dat de subsidiëring voor culturele verenigingen en organisatoren in waarde vermindert. Dit dan in tegenstelling tot bijvoorbeeld de zitpenningen van de gemeenteraadsleden die wel opgetrokken werden.

Op dinsdag 23 november 2016 gaf een meerderheid van de Gemeenteraad goedkeuring aan het voorstel van nieuw reglement dat door de Dienst werd opgesteld en door het College van Burgemeester & Schepenen werd voorgelegd.

7. NIEUW REGLEMENT “Ondersteuning van culturele projecten”

Samen met het herwerken van het reglement voor de erkenning en subsidiëring van culturele verenigingen werd ook aandacht besteed aan het aanpassen van het bestaand reglement voor projectsubsidiëring.

Aanvankelijk had het Stadsbestuur de intentie om deze vorm van subsidiëring samen met het reglement voor de erkenning en subsidiëring van verenigingen, te integreren in een globaal nieuw reglement.

Omdat deze vorm van ondersteuning zowel kan aangevraagd worden door verenigingen, erkende en niet-erkende, als door individuen, heeft het Bureau er op aangedrongen twee afzonderlijke reglementen te voorzien. Wat ook is gebeurd.

In het nieuw reglement zijn er slechts enkele wezenlijke vernieuwingen:
Het project moet beperkt zijn in tijd. Bij de beoordeling van het culturele project wordt naast de uitstraling van het project op het publiek, de meerwaarde van het project op het culturele leven in de stad en het unieke karakter van het project, nu ook rekening gehouden met de aandacht die het project heeft voor een ongekende, minder gekende of ondergewaardeerde kunstdiscipline, alsook de aandacht die het project heeft voor een minderheidsgroep of achtergestelde groep.

Op vraag van het Bureau om de aanvrager meer tijd te gunnen moet de aanvraag voortaan twee maanden voor de aanvang (en niet langer drie maanden) voor aanvang van het project ingediend zijn. 

Een ander, en niet onbelangrijk element is dat het maximaal subsidiebedrag voor ondersteuning opgetrokken wordt van € 1.250 naar € 2.500.

8. STATUTEN van de S.C.R.
Met het Decreet van 24 juli 1991 betreffende de organisatie van het overleg en de inspraak in het gemeentelijk cultuurbeleid kregen de Gemeentebesturen de opdracht om tegen uiterlijk 31 december 1992 één of meer raden voor cultuurbeleid erkend en opgericht te hebben. De Gemeenteraad van Brugge erkende tijdens zijn bijeenkomst van 24 november 1992 de Stedelijke Culturele Raad (S.C.R.) als adviesorgaan

De S.C.R. kwam voor het eerst bijeen op 7 december 1992 en gaf tijdens deze bijeenkomst goedkeuring aan het ontwerp van statuten.

Tijdens de daaropvolgende jaren werden de statuten enkele keren minimaal aangepast.

1° Ten einde discussies te vermijden specificeerde de Algemene Vergadering S.C.R. van 15 april 1996 de samenstelling van de Alg. Vergadering en van het Bureau.

2° Als gevolg van het Decreet van 20 september 1998 werd in 2000 voorzien in een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in het Bureau van de S.C.R. De Gemeenteraad van 22 januari 2001 bekrachtigde het ontwerp dat door het Bureau en het College in consensus opgesteld werd.

3° Op 23 december 2005 werd een nieuw Decreet uitgevaardigd. Hieruit volgde vooreerst dat de “Sociaal-culturele Raad” (noodzakelijk nieuwe benaming voor de S.C.R.) en het nieuw gecreëerde “Cultuurforum” (spreekbuis voor de professionele sector), samen de koepelraad “Stedelijke Culturele Raad” vormden.

De Gemeenteraad van 24 oktober 2008 keurde deze aangepaste Statuten goed.

Op 6 juli 2012 vaardigde de Vlaamse overheid een nieuw “Decreet Lokaal Cultuurbeleid” uit. Het Decreet werd door de Schepen (zie Exit nr. 234 van juni 2014) en de Dienst Cultuur op 13 mei 2014 aangegrepen om meerdere bepalingen van de huidige Statuten in vraag te stellen en radicale aanpassingen voor te stellen. Deze voorstellen werden op 26 augustus in een officieel voorstel van nieuwe Statuten ter beschikking gesteld van het Bureau.

Het Bureau gaf een werkgroep de opdracht het voorstel te analyseren. De Werkgroep heeft waar nodig met de nodige argumenten antwoord gegeven op de door de stedelijke overheid geformuleerde bemerkingen en aanpassingen.

De Werkgroep heeft daarop alternatieve Statuten opgesteld waarbij, rekening houdende met de bepalingen van het nieuwe Decreet, de nieuwe bepalingen van de Statuten zo beperkt mogelijk worden gehouden en met aanvullend een document “Werkingsregels” dat de praktische zaken regelt.

Beide documenten (het voorstel van nieuwe Statuten en de Werkingsregels) werden op 16 januari 2015 ter beschikking gesteld van de Schepen en haar administratie voor verder onderzoek. Sindsdien is er geen evolutie gekomen in het dossier.

9. MOBILITEITSPLAN - HERAANLEG ZAND - BEURSHAL
Het Bureau van de S.C.R. werd als adviesraad niet geraadpleegd bij de opmaak van het mobiliteitsplan, over de heraanleg van het Zand en de plannen rondom een nieuwe beurshal. Via alternatieve kanalen kwam het toch op de hoogte van de plannen van het College.

Nieuw bussentraject
Aan de vooravond van de persvoorstelling op 12 januari door het Stadsbestuur van de verschillende plannen, besprak het Bureau de al doorgevoerde wijzigingen van het openbaar vervoer. Het Bureau heeft zijn bedenkingen bij de invoering van het nieuw openbaar vervoer met stadsbussen waarbij de passage door de drukste winkelstraten (Steenstraat, Markt en Wollestraat) gestopt wordt.
Zo vindt het Bureau het ongehoord dat hierdoor 5 lijnbussen met zowat 170 buspassages via het Sint-Salvatorkerkhof, de H. Geeststraat, het Guido Gezelleplein en Gruuthuse naar de Dijver afgeleid worden. Dit betekent een massaal aantal bussen doorheen het druk gebruikte museumtraject (Guido Gezelleplein, Gruuthuse en Dijver).
Het Bureau betreurt bovendien de onverantwoorde plaatsing van een bushalte aan de O.L.Vrouwekerk waardoor het zicht op het neogotisch beeld van O.L.Vrouw Onbevlekt van de hand van Delacenserie ontsierd wordt.

Avondlijnen
Vervoermaatschappij De Lijn heeft recent ook enkele wijzigingen aangebracht aan het systeem van de avondlijnen. Er is niet alleen een beperkter aanbod van het aantal bussen, ook de bediening van bepaalde wijken is omzeggens vervallen. Het is voor het Bureau onaanvaardbaar dat bezoekers van (culturele) activiteiten in het centrum van de stad zich eerst naar het station moeten begeven om pas daar een gepaste bus naar bepaalde randgemeenten te kunnen nemen.

Heraanleg van het Zand
Bij de heraanleg van het Zand zou ook de ruimte voor het Concertgebouw aangepakt worden om nieuwe ruimte te geven aan de wekelijkse (groenten)markt die van het Beursplein zou overgebracht worden naar deze locatie. Indien dit zou gebeuren, stelt de Culturele Raad de logische vraag wat er zal gebeuren met het halfverheven stenen rond kunstwerk dat zich nu vóór de ingang van het Concertgebouw bevindt. 

Bestemming van de fontein
Het Bureau stelde tevens vast dat na de geplande verwijdering geen nieuwe bestemming wordt gegeven aan de fontein. Afgezien van een beoordeling van het kunstwerk is het Bureau van mening dat een verwijdering een verarming is. Het Bureau vreest dat de toekomstige bestemming van het kunstwerk een zelfde weg zal opgaan als deze van het kunstwerk van Toyo Ito op de Burg en de koetsen die voorheen onderdak hadden in het Koetsenhuis: vergeten verkommering in een loods.
Indien er geen geschikte plaats kan gevonden worden voor het gehele kunstwerk, kan misschien contact worden opgenomen met de kunstenaars met de vraag of de vier elementen van de fontein (de zeeman en de vis als zinnebeeld van de eeuwige band tussen Brugge en de zee - de 4 baadsters als symbolisch voorstelling van de steden Antwerpen, Brugge Gent en Kortrijk - de fietsers met de Vlaamse figuren Tijl en Nele - de Vlaamse poldervlakte) van elkaar mogen gescheiden en op andere, dicht bij elkaar aanleunende locaties geplaatst worden.

Belang van water in het stadsbeeld
Water is volgens het Bureau een belangrijk element in het stadsbeeld. Niet in het minst op een groot plein als het Zand speelt water een belangrijke rol. Naast de huidige fontein kan ook gebruik worden gemaakt van de bestaande rei die nu nog ondergronds vloeit. Indien een blootlegging van de Speelmansrei en Capucijnenrei op het Zand gevaarlijk zou zijn, kan een doorzichtige overkoepeling een alternatief zijn.

Beurshal
Naar verluidt zou de Beurshal vervangen worden door een nieuw congresgebouw waarbij een deel van de huidige parking zou verdwijnen en/of ingenomen worden voor parkeerplaats voor vrachtwagens. Indien geen bijkomende ondergrondse parkeerplaatsen gecreëerd worden, vreest het Bureau voor bijkomende parkeerlast en parkeerproblemen. Het Bureau hoopt dat het gebouw dusdanig zal ontworpen worden dat ook de Brugse (culturele) verenigingen er nuttig gebruik van zullen kunnen maken.

10. WEEK van de AMATEURKUNSTEN 2015
Na afloop van de “Week van de Amateurkunsten” heeft het Bureau zijn evaluatie bezorgd aan de Dienst Cultuur die instond voor de organisatie van de evenementen.
Het Bureau kwam tot de belangrijke vaststelling dat er een zekere vorm van discrepantie is tussen de tijd die toegekend werd aan de verschillende culturele sectoren en het aantal beoefenaars binnen die sectoren.

Beeldende kunst
Tussen de aanwezige kunstenaars waren geen leden van de drie bestaande Brugse kunstverenigingen. Deze individuele kunstenaars kregen bovendien, in tegenstelling tot de andere kunstdisciplines, vier dagen permanente zichtbaarheid.

Dans
De 10 Brugse dansverenigingen, met elk een 50-tal beoefenaars of in totaal 500 leden kregen een actieradius van 2 uren of 12 minuten per vereniging. De dansopvoeringen zijn bovendien door het gebruik van een open podium sterk weersafhankelijk.

Muziek
De koren en de klassieke muziek kwam niet aan bod. Er werden wel 18 uren uitgetrokken voor pop-, rock- en technomuziek. Voor het relatief klein aantal beoefenaars van de 10 geprogrammeerde groepen betekent dit niet minder dan 50 minuten per groep, weliswaar installatie inbegrepen.

Toneel
Er werd vastgesteld dat een actieradius van 2 uren werd toegekend aan de + 16 toneelverenigingen die met + 320 beoefenaars actief zijn te Brugge. Maar er werd ook vastgesteld dat de opvoeringen gebracht werden door leerlingen van het Conservatorium. De Brugse toneelverenigingen kregen zo geen kans op zichtbaarheid.